Diner Pensant 2012, Delft graaft dieper

Doel van de Diners Pensants: denk mee over de kansen die de nieuwe spoorzone biedt. En omdat je daarbij best buiten de geeigende kaders mag denken, beginnen we met een nabeschouwing.

Terug naar huis rijdend realiseer ik mij dat een stedelijke verandering, zoals iedere verandering, ruimte biedt om opnieuw naar mijn omgeving te gaan kijken. Het project spoorzone Delft is bedoeld om de in vieren gedeelde stad te helen en de afzonderlijk delen weer met elkaar in verbinding te brengen.

Dit proces kent niet alleen een materiele kant. Alles draait om mensen die met elkaar en met hun omgeving verbonden zijn. Die zin willen geven aan de omgeving waarin zij leven en werken. Hierin zijn onherroepelijk ook tegengestelde belangen. Het Diner Pensant van WeSD laat echter zien dat deze eigen belangen in dialoog kunnen ontwikkelen tot gedeelde belangen.

Misschien nog geen spirituele metamorfose, maar wel een stap dichter bij een hernieuwde beleving van Delft als ‘onze’ stad. Weer kijken met nieuwe ogen, zoals naar de Bagijnetoren die zojuist gedoopt is met champagne en inmiddels in zijn geheel 18 meter verplaatst is.

Hartelijke groet,
drs. Hubertus Bahorie, 
cultureel werker, wijsgeer, docent.

Edith Bijleveld presentatie WeSD 05-02-11

Edith Bijleveld tijdens de eerste presentatie d.d. 05-02-11

Delft, 8 feb 2011. 

Vandaag is zo’n dag waarover je later als vader je kinderen nog vertelt: ‘Ik was erbij toen de Bagijnetoren werd verplaatst. Ze bouwden in 2011 de tunnel die hier onder de grond loopt, waar nu iedere dag -tig keer de trein met duizenden mensen doorheen raast. Nu is het hier heel mooi, maar om het zo te krijgen was het jaren lang een bouwput. De verplaatsing was een wel heel bijzondere belevenis. Dat maak je misschien één of twee keer in je leven mee. 
Er kwamen heel veel mensen kijken en de krant en de televisie waren er ook.’

 

De verwondering over het feit dat een oud gebouw kennelijk in zijn geheel verplaatst kan worden, doet je met nieuwe ogen kijken. Het verzacht ook de ongemakken van een open wond waarmee je jaren lang vrede moet zien te vinden. Let wel, tegen de tijd dat ik kan zeggen dat het nu heel mooi is, is mijn pasgeboren dochter ongeveer 18 jaar. Ze zal dan zo zoetjes aan gaan studeren en waarschijnlijk ook gebruik gaan maken van de trein die iedere 2,5 minuut niet meer boven ons hoofd, maar onder onze voeten onzichtbaar voorbij komt. Waarschijnlijk kent zij Delft dan niet anders als een stad in wording. Enerzijds als een lelijke bouwput, anderzijds (en hopelijk) als de steeds mooier geworden leefwereld waarin zij haar jeugd heeft doorgebracht.

 

Bovenstaande fantasy-reality kan gezien worden als de beleving die mij motiveerde om afgelopen zaterdag avond deel te nemen aan het Diner Pensant in Hotel Coen achter het huidige stationsgebouw. Normaal ga ik niet zo snel naar dit soort publieke bijeenkomsten maar deze keer bevatte de beloofde avond, georganiseerd door MoTiv en Werkplaats Spoorzone Delft, een aantal aantrekkelijke ingredienten, passend bij een heel specifieke behoefte. De behoefte aan verbinding.

 

Want hoe verbind je jezelf met een zo in het dagelijks leven grijpende verandering als de welhaast chirurgische ingreep van Ontwikkelingsbedrijf  Spoorzone Delft? De dokter vertelt dat het allemaal mooier en beter zal worden, maar om mij heen zie ik dat nog niet. Mijn huis is in waarde gedaald, de hele dag door is er de onrust van de werkzaamheden en het bedrijf waar ik werkte is aan het inkrimpen onder invloed van verminderde toegankelijkheid voor klanten.

 

Toch is Delft ‘mijn stad’. De utopie van de spoorzone zal bedoeld zijn als een vooruitgang voor iedereen. Wat goed is voor Delft is ook goed voor mij en mijn gezin.  Op de keper beschouwd moet de aanleiding voor de huidige ondernemingen een diepe onvrede zijn geweest over de inrichting van de stad zoals deze was. Wat was eigenlijk de droom die dit alles in gang heeft gezet. Het fijne wist ik daar niet van.

 

Toen ik de uitnodiging van WeSD las voor het Diner Pensant en het programma van de avond besloot ik om polshoogte te gaan nemen. Onder het thema ‘Delft graaft dieper dan je denkt’ zou een vraag centraal staan die even prikkelend als verrassend op me overkwam:

“Is de spoorzone een stedelijke verandering,
die een spirituele metamorfose teweeg kan brengen?”

 

Om deze niet alledaagse vraag te kunnen verteren en de dialoog op gang te brengen stonden een diner en twee lezingen op het programma. De eerste lezing werd gegeven door Edith Bijleveld, het brein en de motor achter de stedelijke verandering. Theoloog Erik Borgman vertegenwoordigde in de tweede lezing de meer spirituele dimensie. 

 

 

Hier volgt een impressie van de avond:

Het was druk. Twee keer zo druk bezocht als normaal, zo bleek later. Traditiegetrouw begint zo’n ‘Symposion’ met een diner. In dit geval een lopend buffet, eigenhandig gekookt door Matthijs Fortuin. Hans van Drongelen fungeerde, namens WeSD en MoTiv, als gastheer en gespreksleider. Tijdens de maaltijd vindt de nodige sociale gewenning plaats, zodat tijdens de lezingen en later ook de dialoog de nodige verbinding heeft plaatsgevonden. De maaltijd vormde tijdens het Diner Pensant het voorgerecht.

 

De eerste lezing die op het menu stond bood een mooie presentatie van de historie achter het spoorproject. Toch mooi om de kartrekker van de ‘metarmofose’ zelf te horen vertellen over aanleiding, organisatie en werkwijze van dit enorme project. Mooi ook om te zien hoezeer de spreekster nog steeds gelooft in de zin en waarde van de droom. Vele afbeeldingen vlogen voorbij. Oude beelden van Delft, tekeningen uit de ontwerpfase en ook memorabele gebeurtenissen die meehielpen aan de realisatie van de droom. Wat in het persbericht een bovenmenselijke inspanning werd genoemd, blijkt een intermenselijke inspanning van uiteindelijk landelijke omvang.

 

Wat mij bij blijft zijn er twee opmerkelijke elementen. Het eerste is dat mevrouw Bijleveld in beeld brengt hoe de realisatie van de spoorzone bijdraagt aan het ‘helen’ van een in vieren gedeelde stad. Heel herkenbaar! Zo splijt de spoorbaan op de Phoenixstraat bijvoorbeeld de stad inderdaad tot twee langs elkaar heen levende delen. Hetzelfde gebeurt langs de Westlandse weg en de Irenetunnel – Asvest.

 

Het tweede aspect dat blijft hangen is de wijze waarop de lezing wordt gebracht. De droom wordt gedragen door bestuurlijk en politiek vermogen. In een kort nagesprek verklapt mevrouw Bijleveld haar geheim: “De kunst is om medestanders op het juiste moment en op de juiste plaats verzameld te hebben.” En, zoals zij voor Geo Visie eerder verwoordde:

“De kunst is om je oplossing zo te presenteren dat iedereen er voordeel in ziet.”

 

 

Kenmerkend voor een stad is evenwel toch dat ze voordurend opnieuw bevolkt wordt. Hoe zit het dan met de vele burgers die dagelijk de nadelen moeten aanvaarden, maar niet zo in de geschiedenis geworteld zijn dat zij de voordelen kunnen (her)kennen? Kunnen zij, zoals een student van de TU zo mooi verwoordde, gewoon tevreden zijn met het moois dat voor hen wordt gebouwd?

 

Dit is niet zo vanzelfsprekend, zo blijkt na een stuk verrukkelijke kruimeltaart met kopje koffie in de tweede voordracht. Mensen hebben de onafscheidelijke behoefte om sporen na te laten in hun omgeving en willen zichzelf herkennen in de straat waar zij leven. Professor Borgman koestert een diepe interesse in de wijze waarop vanuit geloof vormgegeven wordt aan de dagelijks leefomgeving. Dus ook aan, laten we zeggen, de spoorzone in Delft.

 

Hierbij zij gegeven: iedereen is anders en waardeert ook de omgeving anders waarin hij of zij zich bevindt. Met zijn charisma weet hij de aanwezigen te boeien en aan het denken te zetten. Want hoe kun je een stad als Delft zo inrichten dat iedere generatie zich steeds weer opnieuw kan herkennen in zijn buurt en in zijn straat. Sporen van het verleden bieden niet altijd ruimte aan nieuwe sporen in het heden. Zo’n bouwput is lelijk en vervreemdend. Is het mogelijk om ontwerpen zo flexibel te maken dat dit soort stedelijke renovaties onnodig worden?

 

De ogenschijnlijk oppervlakkige vraag graaft dieper dan je denkt... Hij doet denken aan een koan uit het japanse Zen boeddhisme. Want hoe kun je in je materiele omgeving sporen nalaten zonder dat je anderen hun ruimte beperkt hun materiele sporen na te laten? Het is als een leeg blad waarop je een streep zet... Hoe trek je een lijn die alle tekeningen mogelijk maakt?

 

In de discussie die volgt ontwikkelt zich een open gesprek en natuurlijk komt er geen uiteindelijk antwoord op de vraag. Wat wel gebeurt is opmerkelijk. Want tijdens de stedelijke verandering die nu plaatsvindt en die nu eenmaal niet iedereen altijd even goed uitkomt, ontstaat ruimte voor creativiteit, ontmoeting en dialoog. Al tijdens de afbraak van de straten rond het station hebben kunstenaren ateliers en kunstwerken gemaakt en zo hun sporen nagelaten. Er is bijv. een mooie spoorkamer is ingericht in Hotel Coen of de herinnering aan de Blauwe Panden.

Het derde Diner Pensant is een drukbezocht feit. De ontmoeting tussen techniek en zingeving is iets dat normaal gesproken niet op de alledaagse agenda staat. Aan het eind van de avond blijft bij iedereen één woord hangen: Verbinding. Een mooi thema om op voort te bouwen in een volgende Diner Pensant.