Delft, 13 juli 2011: Het Bagijnemonument doet een stap in de moderne wereld. En torent daarboven uit, straks rijden onder zijn voeten treinen door. Als een tijdloze wachter staat hij weer bij het Bagijnehof. We zullen het uitzicht missen. Er valt nu wel meer licht door de ramen en ons huisje is weer beter zichtbaar. Wanneer we naar buiten kijken zien we een nieuw hoofstuk Spoorzone Delft.
Betekenis van de Bagijnetoren
Het dak van de tunnel zal voor de deur gelegd gaan worden en de ondergrondse werkzaamheden beginnen. Mijn dochter is nu negen maanden. Voor haar zal straks de toren gewoon de toren zijn. Maar mijn vrouw en ik kijken er met nieuwe ogen naar. Hij heeft voor ons betekenis gekregen.
Een leuk moment
In de vroege middag thuiskomend, treffen we enkele tientallen mensen aan. De sfeer is uitermate vriendelijk.
Een inmiddels bekende medewerker verwelkomt ons en verschaft ons, ongevraagd toegang tot de voordeur. ‘Zijn jullie op vakantie geweest?’, zo informeert hij. ‘We hebben jullie al twee weken niet meer gezien.’ Zijn lach stemt ons vrolijk.
Fieldwork
Voor dit artikel ben ik naar buiten gegaan en heb wat rondgesnuffeld.
‘Zeker wel fijn dat die toren nu weer terug is op zijn oude plek? Was het niet vervelend dat hij zes maanden zo voor jullie huis stond? Ik herinner mij de uitspraak die bij de eerste verplaatsing de krant haalde: ‘Tot woensdag keken we uit op een groot gapend gat. (...) Het is toch mooier om op zo’n torentje uit te kijken.’
Nu zien we weer lege ruimte en de belofte aan een toekomstig mooi uitzicht.
De geboorte van iets moois
Later raak ik weer in gesprek met de Iranees en een collega. Deze bood mij een sigaretje aan.
Zo rondom de verplaatsing ontstond er een interessante ontmoeting met twee werkers die al meer dan een half jaar voor onze deur bezig zijn. De eerste regelt vaak het verkeer van en naar het Bagijnehof. Altijd vriendelijk. Hij heeft gezien hoe wij onze kleine na de geboorte hebben thuisgebracht. Ik vertelde mijn reactie op de toren zo vlak voor mijn deur. ‘De mensen klagen veel, niet iedereen is positief’, zegt hij. Tsja, zo bedenk ik, dat is een Nederlands trekje. Als we niet kunnen klagen, dan klagen we daar wel over. Gelukkig zijn er ook mooie ervaringen. Zoiets kleins als de toren die verplaatst wordt, brengt wel mensen bijeen die dat graag willen beleven.
Een anekdote
De in Nederland werkende Iranees, die in Rusland gestudeerd heeft, ontmoette daar in zijn verplichte diensttijd een vriend. Ze bespraken waar ze geplaatst zouden gaan worden. ‘Het maakt niet uit’, zei de vriend. Het is als twee zwembaden. De één is oud, vies en vervallen. Alles is kapot, op één tegeltje na. Een prachtig tegeltje.
Het tweede zwembad is perfect onderhouden en heeft helder water. Alles functioneert en de tuinen eromheen zijn mooi. Maar midden in het zwembad is één tegeltje kapot. Dit ene tegeltje ontsierde het het hele zwembad. Wat vinden mensen het mooist? Dat ene tegeltje in het eerste zwembad. ‘Kijk wat mooi, het is nog heel!’
De wachter
De Bagijnetoren staat inmiddels weer op dezelfde plaats, maar er is geen sprake van dezelfde situatie. Het oude tegeltje en het vernieuwde zwembad zijn alvast weer een geheel. Het moet nog af en de tuinen worden nog aangelegd. Maar op een dag zingt Hans Steenks zijn Bagijnetorenlied in een park met nieuwe singel. Zijn rug rust dan tegen een boom en er zitten mensen die luisteren en naar de toren kijken. De wachter staat alvast als een oude eik op het dak van de toekomstige spoortunnel.
Hartelijke groet,
drs. Hubertus Bahorie
Betrokken Buurtbewoner